|
In zijn vroegste vorm was de toren van Crupet (gebouwd waarschijnlijk in de XIde of XIIde eeuw) een stevige vierkante bouw gedragen door drie gewelven, met muren van 1 meter tot 1,7 meter, waarin enkelen rondbogige vensters voor het licht. De eveneens rondbogige ingang was beschermd met een valhek. De toegang werd bemoeilijkt door een slijkerige gracht ; bovenaan was de toren waarschijnlijk gekanteeld en voorzien van een weergang. Die toren werd door de omwonende bevolking gebruikt als toevluchtsoord tegen gebeurlijke stropers of vijandige buren. Hij was verbonden met het hoger gelegen dorp langs een onderaardse gang naar een uitkijktoren die later de kerktoren werd.
Toen in de XVIde eeuw Guillaume de Carondelet heer van Crupet werd verbouwde hij de oude toren tot kasteelhoeve. Bij de vierkante bouw kwam een ronde hoektoren waarin een prachtige eiken trap de toegang gaf tot de verdiepingen waarvan de hoogste boven de vierkante onderbouw uitgevoerd werd in vakwerk. Het vierzijdig schaliedak wordt gedragen door merkwaardig timmerwerk. In de vensters werden stijlen aanbracht zoals de heersende Renaissance dat vereiste. De zuidergevel werd als vestingmuur ingericht.
Vierkante bijgebouwen bevinden zich ten oosten van de toren die rondom door een vestinggracht omsloten ligt. De brede ingangsdeur had een ophaalbrug die in de XVIIIde eeuw nog bestond.
Wanneer de heer Blomme het kasteel kocht herstelde hij het zwaar beschadigde gebouw en maakte het opnieuw bewoonbaar, maar zorgde ervoor het eigen karakter te bewaren.
Gemeente Assesse (Provincie Namen) Condroz
|